
|
 |

|
 |
|
|
Ontstaan van de grotten
Vrijwel de gehele ondergrond van de Périgord bestaat uit kalkgesteente. Dit is miljoenen jaren geleden, toen dit deel van de wereld nog een grote tropische binnenzee was, ontstaan uit de skeletjes van ontelbare kleine zeedieren. Vele miljoenen jaren later, de zee was inmiddels land geworden, was er een periode dat er veel beweging in de aardkorst was. Afrika schoof - en schuift tegenwoordig nog - heel langzaam in noordelijke richting. Door deze héél langzaam maar overvoorstelbaar krachtige bewegingen ontstonden er breuken in de dikke lagen kalksteen. Bij telkens wisselende klimaatperiodes werden sommige van deze breuken door de werking van regen, wind, ijs en rivieren tot soms smalle en diepe kloven, de "gorges", andere tot brede dalen waarin grote en kleine rivieren hun weg naar de zee zoeken. Dit is de oorsprong van de dalen van de Dordogne, de Vézère, de Dronne en de Isle, om de bekendste rivieren te noemen. De kenmerkende steile kalkkliffen, de "falaises" zijn dus de oude breuken die getuigen van het geologisch geweld in lang vergane tijden. De hoger gelegen, uit lage lage heuvels bestaande vlakten, vormen als het ware een soort schotsen, die van elkaar soms door smalle kloven en dan weer brede rivierdalen gescheiden worden. Deze vlakten noemt men de "causses". Doordat het regenwater onder meer koolzuur bevat lost het langzaam maar voortdurend de kalksteen op. Dat heeft een aantal gevolgen. Er ontstaan in de kalksteen zich steeds verder uitbreidende holtes, gangetjes, grotjes en op den duur grotten. De ondergrond van de Périgord is daardoor weliswaar kalkrots maar doet op veel plaatsen eerder aan een harde spons denken. Het regenwater wordt daardoor vrij snel vanaf de "causses" via dit stelsel van gangen en grotten naar de daardoor vaak zeer vruchtbare rivierdalen afgevoerd. De "causses" zijn daardoor vaak nogal droog en niet zo vruchtbaar. Vaak begroeid met lage struiken en heide en vooral in vroeger tijden het terrein van de schaapherders.
U weet nu hoe het komt dat er in de Périgord tientallen grotten zijn met een gezamelijke lengte van vermoedelijk honderden kilometers. Slechts een deel daarvan is bekend, verkend en in kaart gebracht. Het regenwater dat eerst de kalk heeft opgelost laat, eenmaal in de grotten aangekomen, deze kalk weer achter en daarbij ontstaan de meest fantastische vormen.
Enkele grotten zijn opengesteld voor bezoekers en een bezoek wordt beslist aangeraden!
Een verhaal apart zijn de grotten waar in prehistorische tijden de Cro-Magnon mensen de wanden en plafonds hebben versierd met gravures, houtskooltekeningen en prachtige veelkleurige afbeeldingen. Geleerden, antropologen en kunsthistorici doen hun best om elkanders theorieën over het "doel" van deze kunstwerken te ontzenuwen. Jachtrituelen? Tijdverdrijf? Magie?
We kunnen het de kunstenaars niet meer vragen want zij leefden zo'n 17.000 tot 10.000 jaar geleden. Bezoek eens één of meer van deze grotten, verlies u niet in theoriën maar bewonder het gewoon en realiseer u dat deze mensen erg veel op ons geleken hebben en beslist géén halfwilde beesten waren. Zij hadden gevoel voor schoonheid en hadden een scherp observatievermogen waarmee zij de dieren uit hun leefomgeving buitengewoon raak konden karakteriseren. |
|
|
|
|
|
 |
Lascaux II - Montignac De "Moeder aller Grotten". Dit is de wereldwijd meest bekende grot als het om prehistorische kunst gaat. Lascaux II is een zéér getrouwe kopie van de voor het publiek afgesloten originele grot van Lascaux. Deze noemt men wel de "Sixtijnse kapel van de Prehistorie". In het hoogseizoen kunt u, liefst enige dagen tevoren, in het stadje Montignac de toegangskaartjes kopen. Lascaux II trekt jaarlijks meer dan 1.000.000 bezoekers. Met een combi-toegangskaartje verschaft u zich tevens toegang tot Le Thot, een prehistorisch Museumpark. Ook zéér de moeite waard. In Le Thot ziet u teruggefokte uitgestorven dierenrassen, maar ook een film hoe Lascaux II centimeter voor centimeter is nagebouwd. In de zomer zijn er Nederlandse gidsen.De site is zéér bijzonder, u moet beslist even klikken. |
|
|
|
|
|
 |
Gouffre de Padirac - Padirac (Lot)
Voor deze speciale grot, een "gouffre", moet u het departement Dordogne verlaten en departement Lot in gaan. Een "gouffre" is een verticale grot met een relatief kleine opening aan de oppervlakte die verder naar beneden steeds breder wordt. De "gouffre" van Padirac is echter spectaculair! Eenmaal met een lift op de bodem van de enorme grot aangekomen staat u bij het begin van een een uitgebreid onderaards gangenstelsel met een opeenvolging van rivieren, meren, tonnenzware stalagmieten van tientallen meters lengte. Bereid u, zeker in het hoogseizoen, voor op wachttijden want ook deze grot wordt druk bezocht. Als u op tijd vertrekt is dit te combineren met een bezoek aan Rocamadour een spectaculair tegen de kliffen aangebouwde bedevaartplaats |
|
|
|
|
|
 |
ROQUE SAINT-CHRISTOPHE In een van de mooiste landschappen van de Dordogne halverwege Les Eyzies en Montignac, verheft zich de enorme rotspartij van "La Roque Saint-Christophe" zich als een piek boven de Vézère. De lei stenen muur die 1 kilometer lang is en 80 meter hoog, is eeuwenlang ge-erodeerd door de rivier en de vorst tot de terrassen ontstonden en de schuilplaatsen in de rotsen. Deze rotswoningen werden vanaf 55000 bewoond en deden na de middeleeuwen dienst als fort tot de Renaissance. Deze Roque is vooral een aanrader voor een bezoek met kinderen. |
|
|
|
|
|
 |
Grotte de Rouffignac - Rouffignac Een "dode" grot, d.w.z. dat er vrijwel geen water meer te vinden is en dus geen verdere groei van druipsteenformaties plaatsvindt. Erg groot en diep. U wordt met een electrisch treintje vervoerd. Men noemt deze grot wel eens "De Grot van de honderd Mammoeten". De prehistorische mens deelde de Perigord ondermeer met de mammoeten, neushoorns, reuzenherten. U zult deze dieren dan ook vaak in grotten afgebeeld vinden. In deze grot wemelt het van de mammoeten.
|
|
|
|
|
|
 |
Grand Roc - Les Eyzies In Les Eyzies richting station, kruis de overweg en vervolgens de Vézère en sla rechtsaf. Aan de linkerzijde ziet u de hoge kalkliffen. Daar is de Grand Roc. Integenstelling tot wat de naam doet vermoeden is dit een kleine grot die vooral gekenmerkt wordt door een ongelooflijke rijkdom aan allerlei heel kleine druipsteenformaties en kristallisaties. In de onmiddelijke omgeving is de archeologische vindplaats Laugerie Basse te vinden. Als u echter een grote grot verwacht, komt u bedrogen uit. De tour duurt ongeveer 30 minuten. |
|
|
|
|
|
 |
Gouffre de Proumeyssac - Le Bugue De Périgord heeft ook zijn "eigen" gouffre. In Le Bugue neemt u vanaf de markt de brug over de Vézère, rijdt een paar honderd meter rechtdoor, sla bij het bord linksaf, klim een stukje naar boven. Links ligt een parkeerplaats en rechts de gouffre. Laat u verassen door de fantatsische druipsteenformaties en het klank en lichtspel "Son et Lumière".
|
|
|
|
|
|
 |
Grotte de Villars - Brantôme Deze grot bezoekt u vooral vanwege de druipsteenformaties, de grotkunst is nagenoeg afwezig. De website die u hier kunt aanklikken geeft veel (Franstalige!) uitleg over het ontstaan van de kalksteenformaties die de ondergrond van de Périgord vormen en de grotvorming. Met duidelijke afbeeldingen wordt de tekst ondersteund.
|
|
|
|
|
|
 |
Abri du Cap Blanc - Marquay, bij Les Eyzies Dit is géén grot maar een "abri", in gewoon Frans een bushuisje, in archeologen Frans wordt daarmee een diepe, horizontale inham van de kalkkliffen bedoeld. Vaak zijn zij door de Cro-Magnons als woonplaats gebruikt. In deze abri zijn echter een hele serie bijna levensgrote paarden gebeeldhouwd. Een relatief zelden gevonden kunstuiting deze grote 3-dimensionale afbeeldingen. |
|
|
|
|
|
 |
Bron: Vakantie Perigord - Joop Stolk |
|
|
|
|
|
|
|
 |